Wat is plaats van de taal en het taalgebruik in NLP ?

Een van de eerste conclusies van de studies van Bandler en Grinder was dat het gebruik van taal op een fundamentele wijze gekoppeld is aan onze gesteldheid. Niet verwonderlijk dat hun eerste boek inzicht verschaft over de wonderbaarlijke wederzijdse relatie van geest en taal: "De structuur van de magie". In dit boek tonen Bandler en Grinder aan waarom en hoe taalgebruik zich bedient van meerdere niveaus van informatie: een oppervlakte– en een dieptestructuur. Hun "meta-model" van de taal helpt de dieptestructuur te ontdekken die verscholen ligt onder de oppervlaktestructuur. De dieptestructuur geeft de ware, onverbloemde inhoud weer van de geestelijke gesteldheid die meestal via aanpassingen wordt vervormd tot de structuur die aan de oppervlakte naar buiten komt via onze communicatie. Met deze processen vormt de mens zich een model van de wereld, dat daarom altijd subjectief is.

Bv. Wanneer iemand zegt: "Ik begrijp de dingen niet," is dit de oppervlaktestructuur van een diepere structuur die uitdrukt: "Soms zijn er bepaalde dingen die ik niet begrijp." Ook deze zin herbergt weer diepere structuren: die door middel van een vraagtechniek aan de oppervlakte kunnen komen. Men zou kunnen vragen aan deze cliënt: "Wanneer precies zijn die bepaalde dingen?", en: "Wat bedoel je met 'bepaalde'?"

Door vragen te richten naar het specifieke taalgebruik van de cliënt krijgt deze toegang en inzicht tot onbewuste lagen waar emoties en gevoelens huizen. Anders gezegd: de cliënt wordt bewust van diepere lagen van het eigen functioneren. Inzicht in eigen functioneren is een voorwaarde om tot een verantwoorde keuze voor verandering te komen.

Naast de linguïstische taal wordt in NLP ook op non-verbale taal geduid, zoals lichaamstaal, oogsignalen, enz.

Content van de vorige website overzicht